Op historische grond
| In Heel en de directe omgeving van het kerkgebouw zijn sinds jaren veel bijzondere en belangrijke archeologische vondsten gedaan. Ze zijn uit de prehistorie, maar stammen vooral uit de Romeinse periode vanaf 50 voor tot ongeveer 400 na Christus. Op de beroemde (Romeinse) kopie-wegenkaart van Konrad Peutinger (1508 uit een erfenis) treffen we aan de heerbaan(heirbaan) van Tongeren (“atuaca”) naar Nijmegen (“noviomagi:”) langs de Maas (“mosa fl(uvius)”) de aanduiding, de plaatsnaam CATUALIUM (zie ook: 'Rond de toren', blz. 62) aan. Naar het zuiden op 30/35 km (14 leugen) ligt FERESNE (Dilzen-Stokkem) en in het noorden bevindt zich aan de Maas BLARIACUM (Blerick) |
||
|
||
In de loop der tijden ontwikkelt zich deze aanduiding van de pagus/vicus (dorp, streek) tot CATUALIUM. De plaatsnaam is een samenstelling uit de Keltische (Germaanse) wortel * CATU “strijd, gevecht” en de Latijnse/Romeinse neutrum-uitgang * ALIUM. Zulke samenvoegingen van twee elementen uit verschillende culturen/talen treffen we vaker aan: Catugnatos, Catumaris en Coriovallum (Heerlen). Taalkundig verandert in de loop van de jaren vanaf ongeveer 300 na Christus de naamgeving geleidelijk van CATUALIUM via *HATHUALIE naar *HATHUALE, HETHELE en HEDELE / HEEDELE.
|
||
Vanaf de 13 e eeuw (2 november 1251) berustte het wereldlijke en kerkelijke gezag over Heel bij het Kathedraalkapittel van Sint-Lambertus te Luik. Willem van Horne gaf in augustus 1243 aan de graaf van Loon een villa “de Hedele” te leen en op 21 april 1264 is er sprake van een “allodium nostrum curtis nostre in Hedele iuxta Westrem”. In een goederenlijst (polyptique) van omstreeks 1280 ontmoeten we de naam van ene Reynebode de Hedele. In de periode rond 1635 hebben Heel en Beegden samen een pastoor met de naam Godefridus de Hedele. Tot 1795 en 1796, de afschaffing van de schepenbanken in deze regio door de Fransen en de opheffing van de kerken en kloosters, bleef de situatie Heel-Luik bestaan.
|
||
Sinds de (her)oprichting van het bisdom Roermond (1569 gedeeltelijk en vanaf 1853) behoort de parochie van Sint Stephanus te Heel tot het diocees Roermond/Limburg. Wanneer de eerste kerk te Heel werd gebouwd is onbekend. Dat men de aartsdiaken en eerste martelaar Sint Stephanus , kroon en de gekroonde, tot patroon koos, zou op een zeer hoge ouderdom van de parochie kunnen wijzen. In Wenen hebben we een Stephansdom, in Parijs en Metz een kathedraal en de heilige Stephanus is patroonheilige van het zeer oude bisdom Passau. Zijn graf werd in het jaar 425 ontdekt te Jerusalem en hij rust thans naast Sint Laurentius in Rome.
|
||
De oudst bekende afbeelding van het kerkgebouw in Heel, een zaalkerk, is een pentekening, die Jan de Beyer in 1740 maakte.
Een volgend “fotografisch” document betreft de ingrijpende werkzaamheden aan de parochiekerk in de jaren 1844-1847. Restauratie van het schip van de kerk was toen dringend nodig, omdat de zijmuren steeds verder naar buiten uitweken door de uiterst zware druk van het dak. Rond de eeuwwisseling 1900 nam het aantal inwoners van Heel zodanig toe dat de kerk niet meer voldeed. Onder pastoor J. Swillens werd het schip van de kerk in 1901 deels afgebroken. Met behoud van de oorspronkelijke toren ontwierp architect Caspar Franssen uit Tegelen daarop een neogotische kruiskerk in mergelsteen. In de eerste bouwfase werden een nieuw priesterkoor, een dwarsbeuk en de sacristie gebouwd. In 1906 begon de volgende bouwfase, waarbij het middenschip door een nieuw werd vervangen. In de laatste maanden van 1944 liepen de kerk en de toren nog aanzienlijke oorlogsschade op. Pas drie jaar later werden de noodzakelijke herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Plannen die in de jaren zestig werden gemaakt om het kerkgebouw nogmaals te vergroten, werden uiteindelijk niet uitgevoerd. Een laatste restauratie van de toren had plaats in 1991. In de jaren 90 werd het exterieur van de kerk gerestaureerd, waarbij ook de glas-in-lood-ramen; het gehele interieur is in in de periode 2005-2007 volledig gerenoveerd.
|
||
| Lakzegel van de Parochie van Heel “sigil:eccl:paroch:de:heel” sigillum ecclesiae parochiae van Heel. Afgebeeld is de eerste martelaar Sint Stephanus; een aureool (stralenkrans/ring) boven zijn hoofd en een grote palmtak, het teken van zijn martelaarschap in zijn linker hand. Voor zich draagt hij enkele stenen. |
||
| klik hier voor de volgende bladzijde | ||


